Het leven doet pijn. Mensen worden ziek. Relaties eindigen. Geliefden sterven. We worden afgewezen. Plannen mislukken. Ons lichaam verandert. We verliezen wat ons dierbaar is. Dat is niet nieuw. De geschiedenis van de mens staat vol verlies, geweld, ziekte en dood. Religies en filosofieën hebben zich eeuwenlang met het menselijk lijden beziggehouden. Boeddha plaatste het lijden zelfs aan het begin van zijn onderzoek naar het menselijke bestaan. Lijden lijkt daardoor bijna vanzelfsprekend bij het leven te horen. Maar misschien slaan we daar ongemerkt een stap over. Er gebeurt iets wat we niet willen. Dat kunnen we vaststellen. Maar volgt daaruit vanzelf dat we moeten lijden?
Dit is het vijfde artikel uit de Waarom-reeks, waarin vanzelfsprekendheden rond identiteit, zingeving, heling, controle, lijden en dood niet worden bestreden, maar één stap terug worden bekeken. Bekijk het vorige artikel in de reeks.
Er gebeurt iets wat ik niet wil
Stel dat iemand je afwijst. Je wilde dat niet. Misschien verschijnt onmiddellijk verdriet. Misschien boosheid. Misschien angst. Ook dat verschijnt.
Maar vrijwel onmiddellijk kan er meer komen.
Waarom overkomt mij dit?
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Waarom word ik altijd afgewezen?
Blijkbaar ben ik niet aantrekkelijk genoeg.
Ik zal wel alleen blijven.
De gebeurtenis was: Iemand wees mij af.
Maar binnen korte tijd kan die gebeurtenis verbonden raken met gisteren, morgen en met degene die je denkt te zijn. Er ontstaat een verhaal. Dat verhaal kan de gebeurtenis begrijpelijk maken. Het kan helpen woorden te geven aan wat je ervaart, maar het kan ook iets anders doen. Het kan de gebeurtenis laten voortduren lang nadat zij voorbij is.
De gebeurtenis is voorbij
Dat is vreemd. Iemand zegt iets kwetsends. De woorden klinken enkele seconden. Daarna is het stil, maar uren later kun je het gesprek opnieuw voeren.
‘Hoe kon hij dat zeggen?’
De volgende ochtend opnieuw. ‘Ik had dit moeten antwoorden.’
Drie dagen later: ‘Hij heeft mij nooit werkelijk gerespecteerd.’
De gebeurtenis duurde misschien een minuut. De ervaring ervan kan dagen, maanden of zelfs jaren blijven terugkeren. Dat betekent niet dat die ervaring niet werkelijk is. Integendeel. Verdriet verschijnt werkelijk. Boosheid verschijnt werkelijk. Een herinnering verschijnt werkelijk. Ook lichamelijke spanning kan opnieuw verschijnen. Maar er is wel iets veranderd. We ervaren niet langer alleen wat gebeurde, ook wat we er inmiddels over denken, herinneren, verwachten en vrezen.
Pijn en lijden
Misschien is het daarom zinvol pijn en lijden even niet automatisch hetzelfde te noemen. Pijn verschijnt. Je lichaam doet pijn. Je mist iemand. Je wordt afgewezen. Je bent bang. Je bent intens verdrietig. Waarom zouden we dat ontkennen? Maar lijden lijkt vaak verder te gaan.
Niet alleen: ‘Dit doet pijn.’
Maar: ‘Dit had niet mogen gebeuren.’ ‘Dit moet verdwijnen.’ ‘Waarom overkomt mij dit?’ ‘Mijn leven zal nooit meer hetzelfde worden.’ ‘Straks gebeurt het opnieuw.’
De gebeurtenis botst met wat we wilden. En vervolgens kan het verhaal die botsing meenemen naar een toekomst die nog niet heeft plaatsgevonden.
Morgen lijd ik verder
Stel dat een relatie eindigt. Dat is gebeurd. Het verdriet dat daarna verschijnt, verschijnt.
Maar vervolgens: ‘Ik zal nooit meer iemand vinden.’
Dat is niet gebeurd.
‘Ik zal altijd alleen blijven.’
Ook dat is niet gebeurd.
‘Ik kom hier nooit overheen.’
Evenmin. Toch kunnen zulke gedachten worden ervaren alsof ze beschrijven wat ons werkelijk te wachten staat. Daarmee krijgt het gebeurde een toekomst. Wat gisteren pijn deed, wordt gebruikt om alvast te bepalen wat morgen zal brengen. En misschien zit daar een belangrijk deel van wat wij lijden noemen. Niet alleen in wat verscheen, maar in wat volgens ons verhaal nog zal verschijnen.
Moeten we lijden?
Daarom vind ik deze vraag interessanter dan het zoeken naar alweer een verklaring voor het lijden: Waarom gaan we er zo gemakkelijk vanuit dat een mens moet lijden?
Misschien omdat we overal lijden zien, omdat de geschiedenis ermee gevuld is.
Omdat mensen vóór ons leden.
Omdat grote levensbeschouwingen het lijden tot onderwerp hebben gemaakt.
Omdat ook wij pijn, verlies en teleurstelling hebben ervaren.
Maar uit: mensen hebben geleden
volgt nog niet: mensen moeten lijden.
Dat kleine verschil is belangrijk. Het eerste kijkt naar wat verscheen. Het tweede doet een uitspraak over wat nog kan verschijnen.
Eén stap terug
Wat gebeurt er wanneer je midden in het lijden één stap teruggaat?
Niet: ‘Ik mag niet lijden.’
Dat wordt alleen een nieuwe strijd.
Niet: ‘Mijn verdriet is maar een verhaal.’
Het verdriet verschijnt.
En ook niet: ‘Ik moet anders naar deze gebeurtenis kijken.’
Dan hebben we alweer bepaald wat er moet gebeuren.
Eén stap terug begint eenvoudiger: ‘Wat gebeurde er?’
En vervolgens: ‘Wat verschijnt er nu?’
Misschien verdriet. Laat het verschijnen. Misschien boosheid. Ook die verschijnt.
Misschien de gedachte: ‘Dit komt nooit meer goed.’
Ook die gedachte verschijnt. Maar die gedachte is nog niet de gebeurtenis van morgen. Daar ontstaat een kleine opening.
Accepteren wat verscheen
Acceptatie krijgt vanuit deze beweging een heel eenvoudige betekenis.
Niet: ‘Ik vind het goed wat er gebeurd is.’
Evenmin: ‘Ik moet hier vrede mee hebben.’
En zeker niet: ‘Ik accepteer dat mijn leven voortaan zo zal zijn.’
Je kunt alleen beginnen met wat al verscheen. Dit gebeurde. De ander vertrok. Mijn lichaam werd ziek. Mijn plan mislukte. Iemand stierf. Ik verloor iets wat mij dierbaar was. Dat is wat er nu te bekijken valt. Wat morgen verschijnt, weten we nog niet. Waarom zouden we dat alvast moeten accepteren?
Het lijden hoeft niet bestreden te worden
Misschien ontstaat hier een vreemde mogelijkheid. We hoeven het lijden niet eens tot vijand te maken.
Want dan ontstaat onmiddellijk een nieuw verlangen: ‘Ik wil niet meer lijden.’
En zodra er vervolgens verdriet, angst of pijn verschijnt: ‘Zie je wel, het lukt me niet.’
Dan wordt zelfs het verlangen om niet te lijden een nieuwe bron van strijd.
- Eén stap terug vraagt minder.
- Kijk
- Wat verscheen?
- Wat voeg ik eraan toe?
En wat van dat alles gebruik ik om alvast te bepalen wat hierna zal verschijnen? Meer hoeft op dit moment niet te gebeuren.
Misschien hoeft de mens helemaal niet te lijden
Ik weet niet of de mens moet lijden. En juist dat niet weten vind ik interessant.
Want zodra we zeggen: ‘Lijden hoort nu eenmaal bij het leven’, hebben we iets vastgelegd over iedere volgende menselijke ervaring.
Maar ook wanneer we zeggen: ‘De mens hoeft nooit te lijden’, leggen we opnieuw iets vast.
Misschien kunnen we daarom één stap eerder blijven.
Er zal pijn verschijnen. Er zal verlies verschijnen. Er zullen gebeurtenissen plaatsvinden die we niet willen. Maar wat daarna verschijnt, ligt nog niet vast. Misschien duurt verdriet lang. Misschien kort. Of verandert iets onverwacht. Mogelijk ontdekken we dat een gebeurtenis die jarenlang ons leven bepaalde ineens haar greep verliest. Misschien verschijnt iets wat we nu nog helemaal niet kunnen bedenken.
Dat hoeven we niet te geloven. We hoeven het alleen nog niet uit te sluiten.
Bekijk wat verscheen.
Niet wat nog kan verschijnen.
En laat het leven je verrassen.
De praktische beweging ‘één stap terug’ vormt de kern van ‘Tijd als ervaring’











2 Responses
Dit stukje doet een glimlach bij me verschijnen. Een glimlach van de herkenning van eenvoud, van hoe het leven gaat: één en eenvoudig. Ik ben benieuwd naar het volgende stukje. Misschien waardeer ik het. Misschien ook niet. Wie zal het zeggen?
Misschien komt er een stukje. Misschien ook niet.