Op mijn artikel Waarom lijdt de mens? kwamen reacties die ongeveer dezelfde gedachte bevatten: De mens moet lijden om geluk en blijdschap te kunnen ervaren. Het klinkt vertrouwd. Misschien zelfs wijs. Zonder donker geen licht. Zonder verdriet geen vreugde. Zonder tegenslag geen groei. We hebben dergelijke gedachten zo vaak gehoord dat we nauwelijks nog merken dat het gedachten zijn. Lijden hoort bij het leven. Sterker nog: lijden zou ergens goed voor zijn. Maar hoe weten we dat eigenlijk?
Dit is het zesde artikel uit de Waarom-reeks, waarin vanzelfsprekendheden rond identiteit, zingeving, heling, controle, lijden en dood niet worden bestreden, maar één stap terug worden bekeken. Bekijk het vorige artikel in de reeks.
Het lijden krijgt onmiddellijk betekenis
Er gebeurt iets wat we niet willen.
Een geliefde vertrekt. We verliezen iets wat belangrijk voor ons is. Iemand wijst ons af. Ons lichaam doet pijn. Een verwachting komt niet uit.
Dat is de gebeurtenis.
Maar vrijwel onmiddellijk gebeurt er nog iets. We ervaren de gebeurtenis. En in die ervaring verschijnen niet alleen verdriet, boosheid, angst of machteloosheid. Er verschijnen ook verklaringen.
‘Dit moet blijkbaar gebeuren.’
‘Hier moet ik iets van leren.’
‘Dit zal me sterker maken.”
Zonder verdriet kan ik geen vreugde kennen.’
‘Lijden hoort nu eenmaal bij het leven.’
Daarmee zijn we ongemerkt van de gebeurtenis naar een verhaal over de gebeurtenis gegaan.
Dat verhaal lag misschien al klaar
Het interessante is dat we veel van die verklaringen niet ter plekke bedenken. We hebben ze geleerd. Van onze ouders. Van onze cultuur. Van religies en levensbeschouwingen.
Uit boeken en van leraren. Van mensen die zelf geleden hebben.
Generaties lang vertellen mensen elkaar dat lijden bij het leven hoort, dat tegenslag ons vormt en dat we pijn nodig hebben om geluk te kunnen waarderen. Daardoor beginnen we niet blanco aan een pijnlijke gebeurtenis. De betekenis ligt vaak al klaar. Nog voordat we goed en wel hebben gekeken naar wat er gebeurde, herkennen we het als lijden en beschikken we over een verzameling verklaringen voor de mogelijke betekenis ervan.
De gebeurtenis verschijnt. En bijna onmiddellijk schieten we de ervaring in waarin die gebeurtenis al geclassificeerd wordt.
Niet alleen: ‘Dit doet pijn.’
Maar ook: ‘Dit zal wel ergens goed voor zijn.’
Maar is lijden werkelijk nodig?
Misschien kan lijden tot iets leiden. Iemand kan na een verlies anders naar het leven kijken. Een moeilijke periode kan tot nieuwe keuzes leiden. Verdriet kan iemand gevoeliger maken voor het verdriet van een ander. Dat kan allemaal verschijnen.
Maar daaruit volgt nog niet dat het lijden nodig was. Dat onderscheid is belangrijk. Wanneer iemand na een periode van ernstig verdriet opnieuw vreugde ervaart, kunnen we constateren: Na het verdriet verscheen vreugde.
Maar wanneer we zeggen: ‘Het verdriet was nodig om die vreugde te kunnen ervaren’, hebben we iets toegevoegd. We hebben van een volgorde een noodzakelijkheid gemaakt. Misschien was het zo. Misschien ook niet. We weten het eenvoudigweg niet.
Zonder donker geen licht?
Een bekende gedachte luidt dat we geluk alleen kunnen kennen doordat we ook ongeluk kennen. Maar ook daar kunnen we één stap teruggaan.
Moeten we werkelijk diep ongelukkig zijn geweest om plezier te kunnen ervaren? Moeten we eenzaamheid kennen om van gezelschap te genieten? Moeten we ziek zijn geweest om ons prettig te voelen wanneer ons lichaam moeiteloos functioneert? Misschien maakt contrast sommige ervaringen sterker of gemakkelijker herkenbaar.
Maar contrast kan een ervaring versterken is iets anders dan: ‘De mens moet lijden om gelukkig te kunnen zijn.’
In dat ene woord moet is een enorme stap gezet.
Wat gebeurt er als we het verhaal even loslaten?
Dit betekent niet dat we voortaan moeten beweren dat lijden nutteloos is. Dan zouden we alleen het ene verhaal door het andere vervangen. We hoeven helemaal niet vast te stellen wat lijden is of waarvoor het dient.
We kunnen één stap teruggaan.
Er gebeurt iets.
Het botst met wat we willen.
Er verschijnt pijn, verdriet, angst of verzet.
En vervolgens kunnen we kijken naar alles wat daar onmiddellijk omheen verschijnt.
‘Dit hoort erbij. Ik moet hier doorheen. Dit maakt mij sterker. Later zal ik begrijpen waarvoor dit nodig was.’
Misschien. Maar kunnen we het ook even niet weten?
Wat verschijnt vóór de verklaring?
Dat is misschien de moeilijkste stap. Want wanneer een verklaring ons van jongs af aan is meegegeven, voelt zij niet meer als een verklaring. Zij voelt als werkelijkheid.
We zien niet meer: ‘Ik heb geleerd dat lijden noodzakelijk is.’
We ervaren: ‘Lijden is noodzakelijk.’
Precies daar kan één stap terug ruimte maken. Niet om het lijden weg te redeneren. Niet om pijn te ontkennen. En ook niet om te beweren dat we nooit iets van een moeilijke ervaring kunnen leren. Maar om de gebeurtenis weer zichtbaar te maken onder alle betekenissen die we eraan hebben toegevoegd.
- Wat gebeurde er? –
- Wat verscheen daarna in mijn ervaring?
- En wat heb ik geleerd daarover te denken?
Misschien ontdekken we dan iets merkwaardigs. Dat niet alleen het lijden zwaar kan zijn. Ook onze overtuigingen over de noodzaak van lijden kunnen deel van die zwaarte zijn.
Misschien hoeft lijden nergens voor te dienen
Dat is een ongemakkelijke gedachte, want wanneer iets pijnlijks gebeurt, kan het geruststellend zijn te denken dat het een bedoeling heeft.
Dat we ervan zullen groeien. Dat het ons voorbereidt op iets beters. Dat zonder deze pijn een toekomstig geluk niet mogelijk zou zijn.
Misschien gebeurt dat inderdaad, maar misschien kunnen we ook ruimte laten voor een andere mogelijkheid: dat iets pijnlijks verschijnt zonder dat wij onmiddellijk hoeven te weten waarvoor.
Dan verdwijnt het lijden niet. Maar de vanzelfsprekendheid eromheen begint wel te bewegen. En misschien is dát de uitnodiging.
Niet: ‘Lijden hoort bij het leven.’
Ook niet: ‘Lijden hoort niet bij het leven.’
Maar één stap terug:
Er verschijnt iets wat ik als lijden ervaar.
Wat voeg ik daar vervolgens aan toe?
En misschien de meest ongemakkelijke vraag van allemaal: ‘Wat zou er overblijven wanneer ik niet langer van tevoren wist waarvoor mijn lijden nodig is?’
De praktische beweging ‘één stap terug’ vormt de kern van ‘Tijd als ervaring’











One response
De Boeddha -> lijden komt van onwetendheid. Dus lijden heeft een (liefdevolle) functie om mij wetende te maken. Als ik de omstandigheden de schuld geef van mijn lijden, geef ik de macht en de regie over.