Iemand vertelde mij onlangs over een bijzondere ervaring tijdens een wandeling in het bos. Hij had een hoge dosis THC ingenomen. Zijn tijdsbeleving veranderde sterk. Tijdens het wandelen leek het alsof hij nauwelijks vooruitkwam. Op een gegeven moment wist hij niet meer waar hij was. De omgeving was er nog. Het bos was er. Het pad was er. Zijn lichaam liep verder. Maar de samenhang viel weg.Hij wist niet meer goed waar hij vandaan kwam en kon niet meer vanzelfsprekend bepalen hoe hij thuis moest komen. Er was, zoals hij het zelf omschreef, alleen nog maar dit moment zonder context. Aanvankelijk was dat mooi.Daarna werd het beangstigend.
Leven in het nu
In spirituele kringen wordt vaak gezegd dat we meer in het nu zouden moeten leven. Dat klinkt aantrekkelijk. We zijn immers voortdurend bezig met gisteren en morgen. We herhalen oude gebeurtenissen in gedachten, maken ons zorgen over wat nog moet gebeuren en missen ondertussen wat zich voor onze neus afspeelt.
Dus: weg met verleden en toekomst. Leef nu. Maar wat gebeurt er wanneer we dat letterlijk nemen? De ervaring in het bos laat daar iets interessants van zien. Om thuis te kunnen komen, is het niet voldoende om alleen maar een pad te zien. Je moet het herkennen.
Je moet bijvoorbeeld weten dat je eerder langs een bepaalde boom bent gekomen. Je moet je kunnen herinneren waar je vandaan kwam. Je moet een voorstelling kunnen maken van waar je naartoe wilt. Je moet kunnen verwachten dat wanneer je een bepaalde richting blijft volgen, je uiteindelijk ergens uitkomt.
Herinnering, herkenning en verwachting zijn dus geen overbodige ruis. We hebben ze nodig.
Het pad is niet alleen een pad
Stel dat je door een bos loopt en een splitsing bereikt. Er verschijnen twee paden. Dat is wat er op dat moment gebeurt, maar vrijwel onmiddellijk verschijnt er meer. Je herkent één pad. Je herinnert je dat je daar eerder hebt gelopen. Je weet ongeveer waar je huis ligt. Je verwacht dat wanneer je linksaf gaat, je uiteindelijk op een bekende weg uitkomt.
Er ontstaat samenhang. En juist dankzij die samenhang kan je handelen. Zonder die samenhang zijn er nog steeds twee paden, maar ontbreekt iets wezenlijks: de mogelijkheid om wat nu verschijnt te verbinden met wat eerder verscheen en met wat je verwacht dat vervolgens kan verschijnen.
Het heden blijkt daardoor veel minder zelfstandig te zijn dan we misschien denken.
Waar is het verleden?
Daarmee ontstaat een merkwaardige vraag. Waar bevindt het verleden zich eigenlijk?
Niet gisteren. Gisteren verschijnt niet meer. Wat wij herinnering noemen, verschijnt nu.
En waar bevindt de toekomst zich? Niet morgen. Ook de gedachte aan morgen verschijnt nu.
Dat verandert de betekenis van ‘leven in het nu’ behoorlijk. Het nu hoeft helemaal niet leeg te zijn van verleden en toekomst. Een herinnering kan nu verschijnen. Een verwachting kan nu verschijnen. Een plan kan nu verschijnen. De gedachte ik moet straks boodschappen doen verschijnt nu. Zelfs de gedachte gisteren had ik dat anders moeten doen verschijnt nu. Verleden en toekomst verschijnen als onderdeel van onze huidige ervaring.
Tijd als samenhang
Misschien ervaren we tijd daarom niet in de eerste plaats doordat er ergens een verleden en een toekomst bestaan. We ervaren tijd doordat ervaringen met elkaar in samenhang worden gebracht.
Dit gebeurde eerder.
Dat gebeurt nu.
Daarna verwacht ik dit.
Zo ontstaat volgorde. En met die volgorde ontstaat een wereld waarin we ons kunnen oriënteren. De wandelaar in het bos verloor niet het bos. Hij verloor ook niet het verschijnende moment. Wat tijdelijk verstoord raakte, was de vanzelfsprekende samenhang tussen wat verscheen, wat eerder was verschenen en wat vervolgens kon verschijnen. Daardoor veranderde ook zijn tijdsbeleving. Hij liep, maar leek niet vooruit te komen.
Dat is een fascinerende ervaring omdat zij zichtbaar maakt wat normaal onzichtbaar blijft. We bewegen niet alleen door een landschap. We bewegen door samenhang.
Moeten we dan juist níét in het nu leven?
Ook dat zou te snel geconcludeerd zijn. We hoeven het ene verhaal niet door het tegenovergestelde verhaal te vervangen. Het probleem is niet dat we herinneringen hebben. Het probleem is niet dat we verwachtingen hebben. Het probleem is zelfs niet dat we verhalen maken. Zonder herkenning, herinnering, verwachting en verhaal zouden we nauwelijks kunnen functioneren.
De interessante vraag is een andere: Wat gebeurt er wanneer we vergeten dat het samenhang is die we zelf voortdurend vormen?
Dan kan een herinnering veranderen van iets wat nu verschijnt in iets wat bepaalt wie ik ben. Een verwachting kan veranderen van een mogelijkheid in iets wat moet gebeuren. Een verhaal kan veranderen van een hulpmiddel om ervaringen met elkaar te verbinden in een werkelijkheid waaraan niet meer getwijfeld mag worden. Daar vindt een subtiele verschuiving plaats.
We gebruiken de samenhang niet meer. We raken erin gevangen.
Eén stap terug
Eén stap terug betekent daarom niet dat we moeten proberen alle herinneringen, verwachtingen en verhalen uit ons hoofd te krijgen. Het betekent ook niet dat we naar een volkomen contextloos nu moeten proberen terug te keren. De ervaring in het bos laat juist zien hoe ontregelend zo’n toestand kan zijn.
Eén stap terug betekent iets eenvoudigers.
Kijk naar wat verschijnt. En kijk vervolgens naar de samenhang die je eraan toevoegt.
Misschien herinner je je iets of verwacht je iets. Mogelijk herken je een patroon. Misschien verschijnt onmiddellijk een verhaal.
Prima. Je hoeft het niet weg te duwen. Maar je hoeft er ook niet volledig mee samen te vallen. Er blijft ruimte tussen wat verschijnt en wat jij daarvan maakt.
Vrijheid zonder geheugenverlies
Misschien ligt daar een andere betekenis van ‘leven in het nu’.
Niet: ik laat verleden en toekomst achter me.
Maar: ik herken dat herinnering en verwachting nu verschijnen.
Ik kan mijn herinnering gebruiken om de weg naar huis te vinden. Ik kan een verwachting gebruiken om plannen te maken. Ik kan mijn levensverhaal gebruiken om mezelf aan iemand voor te stellen. Maar geen van die dingen hoeft volledig vast te leggen wat het volgende moment zal brengen.
Dat is een heel andere vrijheid.
Geen vrijheid door samenhang te verliezen. Maar vrijheid binnen de samenhang. We hoeven ons geheugen niet kwijt te raken om aanwezig te zijn. We hoeven de toekomst niet uit te schakelen om te zien wat nu verschijnt. En we hoeven ons verhaal niet te vernietigen om te ontdekken dat we er niet door begrensd hoeven te worden.
Misschien is dat uiteindelijk het merkwaardige aan het nu. Het is veel ruimer dan dat ene ogenblik waarin we het probeerden op te sluiten. Het kan herinneringen bevatten, verwachtingen, herkenning, plannen en verhalen. En toch verschijnt het allemaal nu.
Vrijheid ontstaat niet wanneer samenhang verdwijnt, maar wanneer samenhang niet langer hoeft vast te staan.
Dan weten we nog steeds hoe we naar huis kunnen lopen. En wie weet wat we onderweg tegenkomen.
De praktische beweging ‘één stap terug’ vormt de kern van ‘Tijd als ervaring’











No responses yet