Waarschijnlijk heb je vandaag al verschillende keren op de klok gekeken. Misschien omdat je een afspraak had, omdat je wilde weten hoe lang iets nog duurde. Of omdat je vond dat je moest opschieten. De klok vertelde je hoe laat het was. Tenminste, zo zeggen we dat. Maar kijk eens opnieuw. Wat zie je werkelijk wanneer je naar een klok kijkt? Cijfers. Wijzers. Een scherm. Een verandering van 14.32 naar 14.33. Maar waar zie je tijd?
Een merkwaardige vraag
De vraag lijkt bijna kinderachtig. Natuurlijk bestaat tijd. We worden geboren, worden ouder en sterven. De zon komt op en gaat onder. Een boom groeit. Een huis vervalt.
Een foto van jezelf als kind ziet er anders uit dan een foto van vandaag. Alles verandert.
Maar daarmee hebben we nog niet gevonden waar tijd verschijnt. We hebben verandering gevonden. Verschil. Beweging. Herinnering.
Een reeks gebeurtenissen. En vervolgens noemen we de samenhang daartussen tijd. Dat is iets anders.
Probeer het zelf
Kijk om je heen. Misschien staat er ergens een stoel.
Een boom. Een kop koffie. Een raam.
Je kunt aanwijzen wat je ziet. Je kunt kleuren onderscheiden. Vormen. Beweging. Geluid. Misschien voel je warmte of kou. Maar probeer nu eens tijd aan te wijzen.
Niet de klok. Niet een agenda. Niet een rimpel. Niet de beweging van de zon. Niet je herinnering aan gisteren.
Tijd zelf
Waar verschijnt die? Dat blijkt verrassend lastig. Maar gisteren dan? Gisteren lijkt natuurlijk overtuigend. Je weet dat gisteren heeft plaatsgevonden. Misschien herinner je je nog precies wat je deed. Maar wanneer verschijnt die herinnering?
Nu.
Je kunt ook aan morgen denken. Misschien weet je al wat je gaat doen. Je ziet de afspraak bijna voor je. Maar wanneer verschijnt die verwachting?
Ook nu.
Dat wil niet zeggen dat gisteren nooit heeft plaatsgevonden of dat je morgen je afspraak kunt vergeten. Het betekent alleen dat iets vreemds zichtbaar wordt:
verleden en toekomst verschijnen in de ervaring die je nu beleeft. En ineens wordt de vraag naar tijd interessanter.
Twee foto’s
Neem twee foto’s van jezelf. Op de ene ben je tien. Op de andere vijftig. Je hoeft waarschijnlijk geen enkele uitleg te krijgen. Je ziet onmiddellijk:
Daar was ik jong. Hier ben ik ouder. Er zijn veertig jaar verstreken.
Maar kijk nog eens. Op de eerste foto staan geen veertig jaren. Op de tweede ook niet. Wat je ziet zijn twee verschillende beelden. Het ene beeld en het andere beeld veranderen niet terwijl je ernaar kijkt. Toch verschijnt vrijwel onmiddellijk een verhaal van tijd. Er was eerst dit. Daarna gebeurde er van alles. En uiteindelijk kwam dat. De veertig jaar staan niet op de foto’s. Ze verschijnen wanneer de beelden met elkaar in samenhang worden gebracht.
Misschien zoeken we op de verkeerde plaats
We zijn gewend tijd te behandelen alsof het een enorm onzichtbaar landschap is waar alles doorheen reist. Gisteren ligt achter ons. Morgen ligt voor ons. Wij bevinden ons ergens daartussen. Het klinkt zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks nog merken hoe bijzonder dit beeld eigenlijk is. Maar wat gebeurt er wanneer we dat beeld even niet als uitgangspunt nemen? Dan hoeven we niet meteen te beweren dat tijd niet bestaat. Dat zou alleen maar de ene zekerheid vervangen door een andere. We kunnen iets veel eenvoudigers doen.
Kijken.
Wat verschijnt er werkelijk? Er verschijnen gebeurtenissen. Verschillen. Herinneringen. Verwachtingen. Er verschijnen klokken en agenda’s. Er verschijnt verandering. En ergens binnen die enorme hoeveelheid ervaringen verschijnt ook iets wat wij tijd noemen. Mogelijk is tijd daarom niet eerst iets waarin onze ervaringen plaatsvinden, maar verschijnt tijd juist binnen onze ervaring.
En dan begint het pas
Dat kleine verschil zet onverwacht veel op losse schroeven, want als tijd als ervaring verschijnt, wat betekent dan ‘vroeger’? Wat is ‘later’? Waar bevinden die veertig jaar tussen twee foto’s zich? Wat betekent het eigenlijk wanneer we zeggen dat tijd snel of langzaam gaat?
En misschien de vreemdste vraag van allemaal: waar begint tijd?
Je hoeft daar nu geen antwoord op te geven. Sterker nog, probeer het antwoord eens niet onmiddellijk te zoeken. Kijk vandaag af en toe op de klok. Kijk naar iemand die ouder is geworden. Denk aan gisteren. Denk aan volgende week.
En stel iedere keer slechts één vraag:
Wat verschijnt hier werkelijk?
Waarschijnlijk verandert er niets. Maar mogelijk begint iets wat altijd volkomen vanzelfsprekend leek een klein beetje te schuiven.
Precies daar begint ‘Tijd als ervaring’.
Bron: Tijd als ervaring, verschijnt 7 september.











2 Responses
De ziekelijke focus op de illusie die men tijd pleegt te noemen, is niets anders dan een boodschap van hogerhand, namelijk: tijd is een illusie en dus : hou op met je focus erop. Het is zo simpel. Snap je het nou nog niet? En zo ja: waarom eigenlijk niet?
Nee, ik snap je niet. Graag uitleg.