Al zijn de leugens nog zo snel, de waarheid achter de wereldoorlogen achterhaalt ze wel

Gastbijdrage van Olav ten Broek *

Precies 100 jaar geleden liep een gefrustreerde korporaal-ordonnans van het Duitse leger naar de trein om huiswaarts te gaan. “Der Krieg ist vorbei!”. Huiswaarts? Hij had niet eens een huis. Hij, en de afgekeurde sergeant Benito Mussolini, waren de minst belangrijke figuren van dat moment. De kleine, iets gebogen korporaal zou heel Europa en een deel van Afrika veroveren. Frankrijk zou in 1940 tegen zijn legers tien dagen standhouden. Maar dat wist hij nog niet.

Vandaag precies honderd jaar geleden zwegen de kanonnen en spoelde een feestende massa mensen door de straten van alle grote steden van de wereld. De herdenking zal niemand zijn ontgaan. En in de media wordt alles nog eens herhaald: de zinloosheid, de modder, de loopgraven, de ratten en de 11 miljoen doden. En het obligate “Nederland ontsprong de dans”.

Over de echt pijnlijke kanten wordt gezwegen. Nederland ontsprong helemaal niet de dans. Nederland was afhankelijk van het achterland en dat lag al halverwege de oorlog aan het infuus. In 1917 kwam nog maar 1/3 van de scheepvaart aan in Rotterdam. Er was gebrek aan steenkool, twee winters zat Nederland in de kou en in het donker. Er was onvoldoende graan uit Rusland, onvoldoende vlees uit Duitsland, onvoldoende olie uit Engeland, aan alles was gebrek. In januari 1917 brak er oproer uit in Amsterdam, omdat er domweg geen aardappel meer te koop was. Twee maanden later vertrokken mijn grootouders naar Indië, waar mijn grootvader als werkeloos geworden scheepsmachinist nog aan de bak kon bij een suikerfabriek.

Intussen steeg het aantal Nederlandse miljonairs met sprongen. Anthony Fokker bouwde enthousiast alle vliegtuigen die de Duitsers nodig hadden. Maar bovengenoemde honger en kou kwam toch echt vooral doordat Nederlandse ondernemers liever steenkool en voedsel naar Duitsland exporteerden, waarvan de werkkrachten immers in de loopgraven stonden. Kortom: oorlog betekende winst. Terwijl de binnenlandse inflatie opliep met 20% per jaar verdiende zakenman Anthony Kröller (van het latere Kröller-Müller-museum) miljoenen door graan aan het beter betalende Duitsland te verkopen. De familie Fentener van Vlissingen had de Steenkolen Handels Vereniging (van de latere Makro en Gamma) en behoorde na de oorlog ineens tot de rijkste mensen van ons land. In 1914 telde Nederland 465 miljonairs, in 1920 telde de Belastingdienst er 1239.

Oorlog is de beste manier om publiek geld in private zakken te laten vloeien.

Dus was niet iedereen gebaat bij de wapenstilstand van 11 november 1918. Er kwamen krachten op gang om van het uiteindelijke vredesverdrag een tikkende tijdbom te maken. Wall Street, de enige echte overwinnaar van de Eerste Wereldoorlog, stuurde twee jonge en getalenteerde juristen naar Versailles. Later zouden deze mannen aan het hoofd komen van de CIA en minister van Buitenlandse Zaken onder Eisenhower worden. John Foster Dulles en Allan Dulles. Hun plan was goed doordacht.

In 1917 hadden de Duitsers, door Lenin naar Petrograd te sturen, feitelijk de Russische Revolutie gekaapt. In 1919 was de VS weliswaar op meerdere plaatsen Rusland binnengevallen, maar dat draaide op mislukkingen uit. De Sovjet-Unie was niet meer tegen te houden en haar bodemschatten lagen voorlopig buiten bereik van de “robber bankers”. Het plan voorzag in een totale chantage van Duitsland, het enige land dat technisch en geografisch gezien de klus kon klaren. Daarvoor werd in het Verdrag van Versailles opgenomen dat alleen Duitsland schuldig was aan het ontstaan van de oorlog. Dat was een leugen en iedereen wist dat, maar niemand deed wat. Vervolgens kreeg Duitsland als enige land de plicht om ALLE oorlogsschade te vergoeden, een bizar bedrag dat onherroepelijk tot een failliet land en maatschappelijke onrust moest leiden. Dat gebeurde ook. Binnen een paar jaar was Duitsland failliet. Biljetten van 100 miljard Rijksmark waren het papier niet waard waarop ze gedrukt werden. Mensen kochten met een kruiwagen geld een ei.

Het werd tijd voor de grote sterke beweging met een bezielende leider, die van Wall Street alles kreeg wat maar nodig was voor de verovering van het laatste stuk Aarde waar de bankiers en multinationals nog geen macht over hadden. Wie heeft zich nooit afgevraagd, hoe Hitler in een paar luttele jaren een totaal geruïneerd Duitsland kon omtoveren tot de grootste industrie- en legermacht van Europa?

In 1933 heerste hongersnood. In 1941 vielen 7 miljoen kerngezonde soldaten met het modernste materieel de USSR binnen.

Waar kwam dat geld vandaan? De machines? De investeerders?

General Motors leverde via haar dochter Opel motoren, pantserwagens, kanonnen, machinegeweren, vrachtwagens en auto’s. Ford deed dat ook, vanuit haar fabriek in Keulen. IBM leverde via haar dochter Hollerith alle rekenmachines en ponskaarten om de treinen op tijd te laten rijden en de jodenvervolging uit te voeren. De “zeven zusters” gelieerd aan Rockefellers Standard Oil leverden Hitler alle olie die hij nodig had voor de verovering van Rusland op krediet. Maar de grootste rol was natuurlijk voor de banken. De grootste Duitse staal- en wapenfabrikant, Thyssen, had een bankfiliaal in Rotterdam (de Bank voor Handel en Scheepvaart) die op zijn beurt weer een filiaal had op Wall Street, The Union Banking Corporation, geleid door Prescott Bush, de vader en grootvader van twee latere presidenten. Deze 100% Nazi-bank zorgde voor de noodzakelijke geldstroom naar Nazi-Duitsland.

Toen in 1941 Hitler tot schrik van de Amerikanen hen de oorlog verklaarde, werden de middelen via Zwitserland overgemaakt. GM, Ford en de andere Amerikaanse investeerders in de Nazi’s parkeerden daar hun oorlogswinsten tot 1945, waarna ze netjes werden uitbetaald. De Amerikaanse soldaten die in 1944 aan land gingen in Normandië, werden beschoten met wapens en ammunitie waarvoor hun eigen landgenoten hadden betaald. Auschwitz, het symbool van nazi-barbaarsheid, werd voor 15% uitgebaat door een dochteronderneming van Ford, Buna kunstrubber. Misschien is het daarom, dat Auschwitz nooit werd gebombardeerd. Dat zou ten koste gaan van de winst.

Voor oorlog is altijd geld, voor vrede nooit.

Vandaag zag ik ze zitten op het Place de l’Etoile in Parijs. Trump, Macron, Merkel. Daarachter, zo dicht mogelijk bij Trump, Rutte. Rutte, die Toyota’s cadeau deed aan Al-Qaeda om in Syrië economische belangen van Qatar en Saudi-Arabië te behartigen. Een miljoen doden. Trump, die de oorlog in Jemen steunt en nuttige ontwapeningsverdragen herroept. Een miljoen doden. Merkel, die niets doet om het verdrag van Minsk II na te leven in Oekraïne. Elfduizend doden, twee miljoen vluchtelingen en een lont in het kruitvat van de grootste kernmacht. Macron, wiens land Libië vernietigde en een bizarre stroom migranten op weg deed gaan. Allemaal werken ze in het belang van de NAVO, dat op zijn beurt het leger is van Wall Street.

Allemaal houden ze conflicten in stand. Allemaal hebben ze het leed en het bloed van miljoenen aan hun handen. Geen van hen wenst vrede. Want vrede levert niks op. Ja, de soldaat onder de eeuwige vlam van de Arc de Triomphe verdient respect. De sloeber die van huis en haard moest wegens Keizer, President, Eer, Vaderland, Glorie en de meest schunnige: “de oorlog die alle oorlogen moet beëindigen” terwijl openlijk in de politiek wordt gestreefd naar “permanente oorlog op meerdere fronten”. Want oorlog is winst en vrede is verlies voor het grote geld dat altijd leidend is.

Dat is wrang, maar waar. De korporaal in de film dacht dat zijn land verloren had en de oorlog voorbij was. Nee. Er zou een crisis volgen, een voortzetting van de oorlog met nog eens 70 miljoen doden, een koude oorlog met 20 miljoen doden, een héél kort moment in 1989 waarbij het eventjes bijna vrede werd, maarr dat was niet de bedoeling dus zitten we nu weer in een koude oorlog die zomaar op Wereldoorlog III kan uitlopen.

Olav ten Broek

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie