Brooikes

Uit: Kort en klein

Foto Henk Joosen

Bijdrage van Henk Joosen*

Rechts naast de deur, daar staat hij. Bij het betreden van de bakkerswinkel loop je er nog net niet tegenaan. De onvermijdelijke paal met het nummertjesapparaat. Bakker Brinkman is geen politieagent en ook geen scheidsrechter. Zo’n ding scheelt een hoop gedoe. Alle aandacht voor de klant en wat hij wil bestellen. Dat is al moeilijk genoeg.

Nu wil ik niet meteen zeggen dat Brinkman vooraan loopt in de fanfare van het uitgebreide assortiment. Maar hij heeft toch algauw dertig verschillende soorten brood. En dan heb ik het niet eens over de afdelingen gebak, hartig en fris. Ja ja, u leest het goed; fris. Bakker Brinkman wil beslist niet dat zijn klanten dorst krijgen. Bij Brinkman kom je niks tekort.

Brinkman heeft het er maar druk mee. Zelf staat hij alleen ’s middags nog maar in de winkel. Tot een uurtje of 3. De rest van de dag is zijn vrouw er. En Chantal tegenwoordig ook …

Ik heb weleens medelijden met Chantal. Niet dat het voor een pakweg zestienjarige vervelend werk is, daar in de bakkerswinkel. Juist niet. Het ruikt er overheerlijk en de bakker en zijn vrouw lijken me prima om voor te werken. Ook de klanten zijn overwegend vriendelijk. Helemaal niks mis mee. Eigenlijk ligt het vooral aan Chantal zelf. Het meisje heeft – hoe zeg je dat vriendelijk – een communicatieprobleem. Dat is misschien wat ingewikkeld uit te leggen. Maar ik denk dat het me wel gaat lukken. Nooit je lezers (of jezelf) onderschatten!

Het zit zo. Chantal gaat met de tijd mee. Geen probleem, zou je zeggen. Lekker doen toch!? Nou nee dus. Het geval wil namelijk dat de meeste klanten van bakker Brinkman dat nou juist níet doen, met de tijd meegaan. Die blijven hangen in dat volkse gewauwel. Dat haast onverstaanbare dialect.

Neem nou zo’n mevrouw Van Bezooi. Die was gisteren met nummer 15 net voor mij aan de beurt. Ze zei: ‘Hedde-gij nog brooikes, Sjuttal?’

Chantal keek al wat moeilijk. Brooikes zijn broodjes, wist ze inmiddels wel. Maar bij brooikes blijft het meestal niet bij mevrouw Van Bezooi. Vandaar die bange blik.

‘Doe-tur trouwes ok mar zunne mik bij, Sjuttal. Net zowene as onzen Tinus vurrige wjik. Astikke lekker mee snijwoar durrop. Doe-tur moar un hallefke van, en gesneje ast-kan.’

Mevrouw Van Bezooi met dat duivelse dialect. Onmacht en een verkrampte maag.

Ik kon het niet langer aanzien. Met dank aan mijn pa en ma en aan al die leraren later gooide nummer 16 een verbale reddingsboei over de toonbank: ‘Zo’n halfje, gesneden. Daarboven op die plank.’

Ik glimlachte vriendelijk. Naar Chantal, die zich snel omdraaide én naar mevrouw Van Bezooi.

Verbazend knap hoe wenkbrauwen zo veel extra rimpels kunnen maken. Nie normoal!

Henk Joosen, 18 juni 2019

Uit: Kort en Klein

www.HenkTekst.nl

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.